NL: aandoenSynoniemen: aandraaien, aankleden, aanleggen, aanrichten, aantrekken, berokkenen, inschakelen, lijken, kleden, , opleggen, opbrengen, aanbrengen, veroorzaken, teweegbrengen, stichten, starten, aanzetten, aanmaken, aanstichten
DE: aandoen (aankleden): anziehen, ankleiden, sichanziehen, kleiden, anlegen
EN: aandoen (aankleden): dress, put on
ES: aandoen (aankleden): vestirse, ponerse, vestir
FR: aandoen (aankleden): mettre, habiller, se couvrir, se vêtir, s'habiller
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangedaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik doe aan jij doet aan hij doet aan wij doen aan jullie doen aan zij doen aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangedaan jij hebt aangedaan hij heeft aangedaan wij hebben aangedaan jullie hebben aangedaan zij hebben aangedaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik deed aan jij deed aan hij deed aan wij deden aan jullie deden aan zij deden aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangedaan jij had aangedaan hij had aangedaan wij hadden aangedaan jullie hadden aangedaan zij hadden aangedaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aandoen jij zult aandoen hij zal aandoen wij zullen aandoen jullie zullen aandoen zij zullen aandoen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangedaan hebben jij zult aangedaan hebben hij zal aangedaan hebben wij zullen aangedaan hebben jullie zullen aangedaan hebben zij zullen aangedaan hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aandoen jij zou aandoen hij zou aandoen wij zouden aandoen jullie zouden aandoen zij zouden aandoen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangedaan hebben jij zou aangedaan hebben hij zou aangedaan hebben wij zouden aangedaan hebben jullie zouden aangedaan hebben zij zouden aangedaan hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
doe aan
|