NL: aandikkenSynoniemen: overdrijven, verergeren, opkloppen, opblazen, opschroeven
DE: aandikken (iets overdreven voorstellen): übertreiben, aufbauschen, andicken
EN: aandikken (iets overdreven voorstellen): exaggerate, blow out of proportions, overdo, blow up
ES: aandikken (iets overdreven voorstellen): exagerar, engrosar
FR: aandikken (iets overdreven voorstellen): exagérer, renforcer, grossir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangedikt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik dik aan jij dikt aan hij dikt aan wij dikken aan jullie dikken aan zij dikken aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangedikt jij hebt aangedikt hij heeft aangedikt wij hebben aangedikt jullie hebben aangedikt zij hebben aangedikt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dikte aan jij dikte aan hij dikte aan wij dikten aan jullie dikten aan zij dikten aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangedikt jij had aangedikt hij had aangedikt wij hadden aangedikt jullie hadden aangedikt zij hadden aangedikt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aandikken jij zult aandikken hij zal aandikken wij zullen aandikken jullie zullen aandikken zij zullen aandikken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangedikt hebben jij zult aangedikt hebben hij zal aangedikt hebben wij zullen aangedikt hebben jullie zullen aangedikt hebben zij zullen aangedikt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aandikken jij zou aandikken hij zou aandikken wij zouden aandikken jullie zouden aandikken zij zouden aandikken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangedikt hebben jij zou aangedikt hebben hij zou aangedikt hebben wij zouden aangedikt hebben jullie zouden aangedikt hebben zij zouden aangedikt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
dik aan
|