Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

aanbrengen vervoegen




NL: aanbrengen
Synoniemen: aangeven, aanleggen, aanwerven, inbrengen, verraden, klikken, opleggen, opbrengen, aantrekken, aandoen, adapteren, aanpassen, aanplakken, werven, vastleggen, registreren, boeken, aantekenen, verslaan, overbrengen, melden, verklikken, plaatsen, installeren

DE: aanbrengen (monteren en aansluiten): anlegen, installieren, einrichten, bauen
EN: aanbrengen (monteren en aansluiten): assemble, install, construct, place, lay, set up, fit
ES: aanbrengen (monteren en aansluiten): construir
FR: aanbrengen (monteren en aansluiten): installer, dresser, construire, mettre

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
aangebracht
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik breng aan
jij brengt aan
hij brengt aan
wij brengen aan
jullie brengen aan
zij brengen aan
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb aangebracht
jij hebt aangebracht
hij heeft aangebracht
wij hebben aangebracht
jullie hebben aangebracht
zij hebben aangebracht
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik bracht aan
jij bracht aan
hij bracht aan
wij brachten aan
jullie brachten aan
zij brachten aan
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had aangebracht
jij had aangebracht
hij had aangebracht
wij hadden aangebracht
jullie hadden aangebracht
zij hadden aangebracht
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal aanbrengen
jij zult aanbrengen
hij zal aanbrengen
wij zullen aanbrengen
jullie zullen aanbrengen
zij zullen aanbrengen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal aangebracht hebben
jij zult aangebracht hebben
hij zal aangebracht hebben
wij zullen aangebracht hebben
jullie zullen aangebracht hebben
zij zullen aangebracht hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou aanbrengen
jij zou aanbrengen
hij zou aanbrengen
wij zouden aanbrengen
jullie zouden aanbrengen
zij zouden aanbrengen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou aangebracht hebben
jij zou aangebracht hebben
hij zou aangebracht hebben
wij zouden aangebracht hebben
jullie zouden aangebracht hebben
zij zouden aangebracht hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
breng aan

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/aanbrengen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald