NL: aanbouwenSynoniemen: uitbouwen, bijbouwen
ES: aanbouwen (bijbouwen): construir, construir pegado a
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangebouwd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bouw aan jij bouwt aan hij bouwt aan wij bouwen aan jullie bouwen aan zij bouwen aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangebouwd jij hebt aangebouwd hij heeft aangebouwd wij hebben aangebouwd jullie hebben aangebouwd zij hebben aangebouwd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bouwde aan jij bouwde aan hij bouwde aan wij bouwden aan jullie bouwden aan zij bouwden aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangebouwd jij had aangebouwd hij had aangebouwd wij hadden aangebouwd jullie hadden aangebouwd zij hadden aangebouwd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanbouwen jij zult aanbouwen hij zal aanbouwen wij zullen aanbouwen jullie zullen aanbouwen zij zullen aanbouwen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangebouwd hebben jij zult aangebouwd hebben hij zal aangebouwd hebben wij zullen aangebouwd hebben jullie zullen aangebouwd hebben zij zullen aangebouwd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanbouwen jij zou aanbouwen hij zou aanbouwen wij zouden aanbouwen jullie zouden aanbouwen zij zouden aanbouwen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangebouwd hebben jij zou aangebouwd hebben hij zou aangebouwd hebben wij zouden aangebouwd hebben jullie zouden aangebouwd hebben zij zouden aangebouwd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bouw aan
|