NL: aanborenSynoniemen: boren, ontsluiten
EN: the strike
FR: le forer
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangeboord
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik boor aan jij boort aan hij boort aan wij boren aan jullie boren aan zij boren aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangeboord jij hebt aangeboord hij heeft aangeboord wij hebben aangeboord jullie hebben aangeboord zij hebben aangeboord
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik boorde aan jij boorde aan hij boorde aan wij boorden aan jullie boorden aan zij boorden aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangeboord jij had aangeboord hij had aangeboord wij hadden aangeboord jullie hadden aangeboord zij hadden aangeboord
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanboren jij zult aanboren hij zal aanboren wij zullen aanboren jullie zullen aanboren zij zullen aanboren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangeboord hebben jij zult aangeboord hebben hij zal aangeboord hebben wij zullen aangeboord hebben jullie zullen aangeboord hebben zij zullen aangeboord hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanboren jij zou aanboren hij zou aanboren wij zouden aanboren jullie zouden aanboren zij zouden aanboren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangeboord hebben jij zou aangeboord hebben hij zou aangeboord hebben wij zouden aangeboord hebben jullie zouden aangeboord hebben zij zouden aangeboord hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
boor aan
|