NL: aanblaffen U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangeblaft
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik blaf aan jij blaft aan hij blaft aan wij blaffen aan jullie blaffen aan zij blaffen aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangeblaft jij hebt aangeblaft hij heeft aangeblaft wij hebben aangeblaft jullie hebben aangeblaft zij hebben aangeblaft
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik blafte aan jij blafte aan hij blafte aan wij blaften aan jullie blaften aan zij blaften aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangeblaft jij had aangeblaft hij had aangeblaft wij hadden aangeblaft jullie hadden aangeblaft zij hadden aangeblaft
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanblaffen jij zult aanblaffen hij zal aanblaffen wij zullen aanblaffen jullie zullen aanblaffen zij zullen aanblaffen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangeblaft hebben jij zult aangeblaft hebben hij zal aangeblaft hebben wij zullen aangeblaft hebben jullie zullen aangeblaft hebben zij zullen aangeblaft hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanblaffen jij zou aanblaffen hij zou aanblaffen wij zouden aanblaffen jullie zouden aanblaffen zij zouden aanblaffen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangeblaft hebben jij zou aangeblaft hebben hij zou aangeblaft hebben wij zouden aangeblaft hebben jullie zouden aangeblaft hebben zij zouden aangeblaft hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
blaf aan
|