Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

aanblaffen vervoegen




NL: aanblaffen

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
aangeblaft
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik blaf aan
jij blaft aan
hij blaft aan
wij blaffen aan
jullie blaffen aan
zij blaffen aan
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb aangeblaft
jij hebt aangeblaft
hij heeft aangeblaft
wij hebben aangeblaft
jullie hebben aangeblaft
zij hebben aangeblaft
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik blafte aan
jij blafte aan
hij blafte aan
wij blaften aan
jullie blaften aan
zij blaften aan
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had aangeblaft
jij had aangeblaft
hij had aangeblaft
wij hadden aangeblaft
jullie hadden aangeblaft
zij hadden aangeblaft
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal aanblaffen
jij zult aanblaffen
hij zal aanblaffen
wij zullen aanblaffen
jullie zullen aanblaffen
zij zullen aanblaffen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal aangeblaft hebben
jij zult aangeblaft hebben
hij zal aangeblaft hebben
wij zullen aangeblaft hebben
jullie zullen aangeblaft hebben
zij zullen aangeblaft hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou aanblaffen
jij zou aanblaffen
hij zou aanblaffen
wij zouden aanblaffen
jullie zouden aanblaffen
zij zouden aanblaffen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou aangeblaft hebben
jij zou aangeblaft hebben
hij zou aangeblaft hebben
wij zouden aangeblaft hebben
jullie zouden aangeblaft hebben
zij zouden aangeblaft hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
blaf aan

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/aanblaffen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald