Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

aanbinden vervoegen




NL: aanbinden
Synoniemen: aanhechten, aanknopen, beginnen

DE: aanbinden (beginnen): beginnen, anfangen, starten
EN: aanbinden (beginnen): begin, start, take on, enter into
ES: aanbinden (beginnen): empezar, comenzar, instalar, colocar, montar, marcharse, iniciar, calzar, poner en marcha
FR: aanbinden (beginnen): commencer, démarrer, débuter, entamer

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
aangebonden
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik bind aan
jij bindt aan
hij bindt aan
wij binden aan
jullie binden aan
zij binden aan
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb aangebonden
jij hebt aangebonden
hij heeft aangebonden
wij hebben aangebonden
jullie hebben aangebonden
zij hebben aangebonden
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik bond aan
jij bond aan
hij bond aan
wij bonden aan
jullie bonden aan
zij bonden aan
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had aangebonden
jij had aangebonden
hij had aangebonden
wij hadden aangebonden
jullie hadden aangebonden
zij hadden aangebonden
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal aanbinden
jij zult aanbinden
hij zal aanbinden
wij zullen aanbinden
jullie zullen aanbinden
zij zullen aanbinden
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal aangebonden hebben
jij zult aangebonden hebben
hij zal aangebonden hebben
wij zullen aangebonden hebben
jullie zullen aangebonden hebben
zij zullen aangebonden hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou aanbinden
jij zou aanbinden
hij zou aanbinden
wij zouden aanbinden
jullie zouden aanbinden
zij zouden aanbinden
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou aangebonden hebben
jij zou aangebonden hebben
hij zou aangebonden hebben
wij zouden aangebonden hebben
jullie zouden aangebonden hebben
zij zouden aangebonden hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
bind aan

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/aanbinden

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald