NL: aanbijtenSynoniemen: aanvreten
FR: le fait de mordre
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangebeten
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bijt aan jij bijt aan hij bijt aan wij bijten aan jullie bijten aan zij bijten aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangebeten jij hebt aangebeten hij heeft aangebeten wij hebben aangebeten jullie hebben aangebeten zij hebben aangebeten
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beet aan jij beet aan hij beet aan wij beten aan jullie beten aan zij beten aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangebeten jij had aangebeten hij had aangebeten wij hadden aangebeten jullie hadden aangebeten zij hadden aangebeten
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanbijten jij zult aanbijten hij zal aanbijten wij zullen aanbijten jullie zullen aanbijten zij zullen aanbijten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangebeten hebben jij zult aangebeten hebben hij zal aangebeten hebben wij zullen aangebeten hebben jullie zullen aangebeten hebben zij zullen aangebeten hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanbijten jij zou aanbijten hij zou aanbijten wij zouden aanbijten jullie zouden aanbijten zij zouden aanbijten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangebeten hebben jij zou aangebeten hebben hij zou aangebeten hebben wij zouden aangebeten hebben jullie zouden aangebeten hebben zij zouden aangebeten hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bijt aan
|