NL: aanbevelenSynoniemen: aanprijzen, voordragen, nomineren, aanraden
DE: empfehlen, anpreisen, anempfelen
EN: recommend, praise
ES: recomendar, vocear sus mercancías
FR: recommander
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aanbevolen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik beveel aan jij beveelt aan hij beveelt aan wij bevelen aan jullie bevelen aan zij bevelen aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aanbevolen jij hebt aanbevolen hij heeft aanbevolen wij hebben aanbevolen jullie hebben aanbevolen zij hebben aanbevolen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beval aan jij beval aan hij beval aan wij bevalen aan jullie bevalen aan zij bevalen aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aanbevolen jij had aanbevolen hij had aanbevolen wij hadden aanbevolen jullie hadden aanbevolen zij hadden aanbevolen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanbevelen jij zult aanbevelen hij zal aanbevelen wij zullen aanbevelen jullie zullen aanbevelen zij zullen aanbevelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aanbevolen hebben jij zult aanbevolen hebben hij zal aanbevolen hebben wij zullen aanbevolen hebben jullie zullen aanbevolen hebben zij zullen aanbevolen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanbevelen jij zou aanbevelen hij zou aanbevelen wij zouden aanbevelen jullie zouden aanbevelen zij zouden aanbevelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aanbevolen hebben jij zou aanbevolen hebben hij zou aanbevolen hebben wij zouden aanbevolen hebben jullie zouden aanbevolen hebben zij zouden aanbevolen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
beveel aan
|