NL: aanbestedenSynoniemen: uitbesteden
DE: aanbesteden (uitbesteden): verdingen, unterbringen, vergeben, in Pflege geben
EN: aanbesteden (uitbesteden): board out, put out
ES: aanbesteden (uitbesteden): encargar, adjudicar
FR: aanbesteden (uitbesteden): confier à, mettre en pension
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aanbesteed
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik besteed aan jij besteedt aan hij besteedt aan wij besteden aan jullie besteden aan zij besteden aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aanbesteed jij hebt aanbesteed hij heeft aanbesteed wij hebben aanbesteed jullie hebben aanbesteed zij hebben aanbesteed
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik besteedde aan jij besteedde aan hij besteedde aan wij besteedden aan jullie besteedden aan zij besteedden aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aanbesteed jij had aanbesteed hij had aanbesteed wij hadden aanbesteed jullie hadden aanbesteed zij hadden aanbesteed
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanbesteden jij zult aanbesteden hij zal aanbesteden wij zullen aanbesteden jullie zullen aanbesteden zij zullen aanbesteden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aanbesteed hebben jij zult aanbesteed hebben hij zal aanbesteed hebben wij zullen aanbesteed hebben jullie zullen aanbesteed hebben zij zullen aanbesteed hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanbesteden jij zou aanbesteden hij zou aanbesteden wij zouden aanbesteden jullie zouden aanbesteden zij zouden aanbesteden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aanbesteed hebben jij zou aanbesteed hebben hij zou aanbesteed hebben wij zouden aanbesteed hebben jullie zouden aanbesteed hebben zij zouden aanbesteed hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
besteed aan
|