NL: aanbelandenSynoniemen: belanden, uitlopen, uitgaan, terechtkomen, ophouden, eindigen, arriveren, aflopen, aanlanden, aankomen
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aanbeland
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik beland aan jij belandt aan hij belandt aan wij belanden aan jullie belanden aan zij belanden aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben aanbeland jij bent aanbeland hij is aanbeland wij zijn aanbeland jullie zijn aanbeland zij zijn aanbeland
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik belandde aan jij belandde aan hij belandde aan wij belandden aan jullie belandden aan zij belandden aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was aanbeland jij was aanbeland hij was aanbeland wij waren aanbeland jullie waren aanbeland zij waren aanbeland
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanbelanden jij zult aanbelanden hij zal aanbelanden wij zullen aanbelanden jullie zullen aanbelanden zij zullen aanbelanden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aanbeland zijn jij zult aanbeland zijn hij zal aanbeland zijn wij zullen aanbeland zijn jullie zullen aanbeland zijn zij zullen aanbeland zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanbelanden jij zou aanbelanden hij zou aanbelanden wij zouden aanbelanden jullie zouden aanbelanden zij zouden aanbelanden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aanbeland zijn jij zou aanbeland zijn hij zou aanbeland zijn wij zouden aanbeland zijn jullie zouden aanbeland zijn zij zouden aanbeland zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
beland aan
|