Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

aanbelanden vervoegen




NL: aanbelanden
Synoniemen: belanden, uitlopen, uitgaan, terechtkomen, ophouden, eindigen, arriveren, aflopen, aanlanden, aankomen

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
aanbeland
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik beland aan
jij belandt aan
hij belandt aan
wij belanden aan
jullie belanden aan
zij belanden aan
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik ben aanbeland
jij bent aanbeland
hij is aanbeland
wij zijn aanbeland
jullie zijn aanbeland
zij zijn aanbeland
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik belandde aan
jij belandde aan
hij belandde aan
wij belandden aan
jullie belandden aan
zij belandden aan
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik was aanbeland
jij was aanbeland
hij was aanbeland
wij waren aanbeland
jullie waren aanbeland
zij waren aanbeland
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal aanbelanden
jij zult aanbelanden
hij zal aanbelanden
wij zullen aanbelanden
jullie zullen aanbelanden
zij zullen aanbelanden
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal aanbeland zijn
jij zult aanbeland zijn
hij zal aanbeland zijn
wij zullen aanbeland zijn
jullie zullen aanbeland zijn
zij zullen aanbeland zijn
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou aanbelanden
jij zou aanbelanden
hij zou aanbelanden
wij zouden aanbelanden
jullie zouden aanbelanden
zij zouden aanbelanden
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou aanbeland zijn
jij zou aanbeland zijn
hij zou aanbeland zijn
wij zouden aanbeland zijn
jullie zouden aanbeland zijn
zij zouden aanbeland zijn
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
beland aan

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/aanbelanden

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald