NL: aanbakkenDE: anbacken
EN: burn, stick to the pan
ES: pegarse
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangebakken
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bak aan jij bakt aan hij bakt aan wij bakken aan jullie bakken aan zij bakken aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangebakken jij hebt aangebakken hij heeft aangebakken wij hebben aangebakken jullie hebben aangebakken zij hebben aangebakken
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bakte aan jij bakte aan hij bakte aan wij bakten aan jullie bakten aan zij bakten aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangebakken jij had aangebakken hij had aangebakken wij hadden aangebakken jullie hadden aangebakken zij hadden aangebakken
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanbakken jij zult aanbakken hij zal aanbakken wij zullen aanbakken jullie zullen aanbakken zij zullen aanbakken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangebakken hebben jij zult aangebakken hebben hij zal aangebakken hebben wij zullen aangebakken hebben jullie zullen aangebakken hebben zij zullen aangebakken hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanbakken jij zou aanbakken hij zou aanbakken wij zouden aanbakken jullie zouden aanbakken zij zouden aanbakken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangebakken hebben jij zou aangebakken hebben hij zou aangebakken hebben wij zouden aangebakken hebben jullie zouden aangebakken hebben zij zouden aangebakken hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bak aan
|