Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

échelonner vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





FR: échelonner
Participe Passé
échelonné
Indicatif Présent
ott, als in `ik ga`
je échelonne
tu échelonnes
il; elle échelonne
nous échelonnons
vous échelonnez
ils; elles échelonnent
Indicatif Passé Composé
Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen.
j`ai échelonné
tu as échelonné
il; elle a échelonné
nous avons échelonné
vous avez échelonné
ils; elles ont échelonné
Indicatif Imparfait
ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was.
j`échelonnais
tu échelonnais
il; elle échelonnait
nous échelonnions
vous échelonniez
ils; elles échelonnaient
Indicatif Plus-Que-Parfait
Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan`
j`avais échelonné
tu avais échelonné
il; elle avait échelonné
nous avions échelonné
vous aviez échelonné
ils; elles avaient échelonné
Indicatif Passé Simple
vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
j`échelonnai
tu échelonnas
il; elle échelonna
nous échelonnâmes
vous échelonnâtes
ils; elles échelonnèrent
Indicatif Passé Antérieur
vvtt, als in `ik zou gegaan zijn`
j`eus échelonné
tu eus échelonné
il; elle eut échelonné
nous eûmes échelonné
vous eûtes échelonné
ils; elles eurent échelonné
Indicatif Futur Simple
ottt, als in `ik zal gaan`
j`échelonnerai
tu échelonneras
il; elle échelonnera
nous échelonnerons
vous échelonnerez
ils; elles échelonneront
Indicatif Futur Antérieur
vttt, als in `Ik zal gegaan zijn`
j`aurai échelonné
tu auras échelonné
il; elle aura échelonné
nous aurons échelonné
vous aurez échelonné
ils; elles auront échelonné
Subjonctif Présent
Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn
j`échelonne
tu échelonnes
il; elle échelonne
nous échelonnions
vous échelonniez
ils; elles échelonnent
Subjonctif Passé
Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal.
j`aie échelonné
tu aies échelonné
il; elle ait échelonné
nous ayons échelonné
vous ayez échelonné
ils; elles aient échelonné
Subjonctif Imparfait
Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was
j`échelonnasse
tu échelonnasses
il; elle échelonnât
nous échelonnassions
vous échelonnassiez
ils; elles échelonnassent
Subjonctif Plus-Que-Parfait
Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal.
j`eusse échelonné
tu eusses échelonné
il; elle eût échelonné
nous eussions échelonné
vous eussiez échelonné
ils; elles eussent échelonné
Conditionnel Présent
ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan`
j`échelonnerais
tu échelonnerais
il; elle échelonnerait
nous échelonnerions
vous échelonneriez
ils; elles échelonneraient
Conditionnel Passé
vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn`
j`aurais échelonné
tu aurais échelonné
il; elle aurait échelonné
nous aurions échelonné
vous auriez échelonné
ils; elles auraient échelonné
Impératif Présent
gebiedende wijs als in `Ga!`
(tu) échelonne, (nous) échelonnons
(vous) échelonnez

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/échelonner

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English