Vertaal
Vertalingen vow EN>NL
a solemn promise, especially one made to God: “The monks have made/taken a vow of silence”
gelofte

1 to make a solemn promise (that): “He vowed that he would die rather than surrender.”
plechtig beloven

2 to threaten: “He vowed revenge on all his enemies.”
zweren
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
to vow zweren (ww.) ; belofte (ww.) ; toezegging (ww.) ; gelofte (ww.) ; beloven (ww.) ; toezeggen (ww.) ; eed (ww.)
vow plechtig beloven

Bronnen: interglot Wakefield genealogy pages
Synoniemen
EN: affirm
EN: assurance
EN: avow
EN: give your promise
EN: give your word
EN: guarantee
EN: oath
EN: pledge
EN: promise
EN: undertaking

Uitdrukkingen en gezegdes
EN: be under a vow NL: z. plechtig hebben verbonden
EN: take the vow NL: kloostergelofte afleggen
EN: his vowed enemy NL: zijn gezworen vijand






Staat je antwoord er niet bij of heb je een vraag waarbij het vertaalwoordenboek geen hulp kan bieden? Vraag het dan op `Vertaalhulp`