Vertaal

Vertalingen jaloers NL>EN

jaloers

bijv.naamw.
Uitspraak:  [jaˈlurs]

1) als je het vervelend vindt dat jij iets niet hebt dat een ander wel heeft - envious, cavetous
als je geen partner hebt jaloers zijn op mensen die gelukkig getrouwd zijn - being single, to be jealous of all the happily married people

2) als je steeds bang bent je partner te verliezen aan een ander - jealous, possessive
Hij is zo jaloers dat hij me geen moment alleen laat. - He is so possessive, he doesn't let me alone for a single moment.

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
jaloers (bijv.naamw.) jealous (bijv.naamw.) ; envious (bijv.naamw.)
jaloers jealously

Bron: interglot
Synoniemen
NL: afgunstig
NL: nijdig
NL: scheef





Er zijn 8 zinnen met `jaloers` gevonden
  1. NL: En je zal me niet jaloers maken
    EN: And you won't make me jealous
  2. NL: Je weet hoe ik ben, ik ben altijd\r al jaloers geweest, het is...
    EN: You know how l get.\r l've always been jealous. lt's....
  3. NL: Ja. Doe niet zo jaloers.
    EN: Yep. Stop hating.
  4. NL: Hij was jaloers op haar levensstijl.
    EN: He was envious of her way of living.
  5. NL: Ze is gewoon jaloers op je jeugdigheid.
    EN: She's just jealous of your youth.
  6. NL: Mijn vriendin is erg jaloers.
    EN: My girlfriend is very jealous.
  7. NL: ''lk ben jaloers op de man waarmee je trouwt.''\r Dat had jij kunnen zijn.
    EN: ''I am so jeaIous of the guy\r who gets to marry you. ''
  8. NL: In de Cotswolds kunt u werkelijk plaatselijke producten en ook biologisch eten, met een jaloersmakend netwerk van lokale en boerenmarkten
    EN: It really is possible to eat locally and organically in the Cotswolds, which has an enviable network of local and farmers’ markets to explore