Vertaal
Vertalingen zagen NL>EN

zagen

werkw.
Uitspraak:  [ˈzaxə(n)]
Verbuigingen:  zaagde (verl.tijd ) heeft gezaagd (volt.deelw.)

met een zaag in stukken verdelen - saw, cut
een houten plank doormidden zagen - saw a wooden plank in the middle

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
zagen (ww.)to purr ; to snore ; to saw ; to cut ; to beef ; to whinge
zagen (mv.) saws (mv.)

Bronnen: interglot Wakefield genealogy pages Vlietstra Wikipedia
Synoniemen
NL: doorzagen
NL: knorren
NL: krassen
NL: ronken
NL: snorren
NL: zeuren








Staat je antwoord er niet bij of heb je een vraag waarbij het vertaalwoordenboek geen hulp kan bieden? Vraag het dan op `Vertaalhulp`