Vertaal

Vertalingen huisarts NL>EN

de huisarts

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈhœysɑrts]
Verbuigingen:  -en (meerv.)

je vaste dokter - GP, family doctor
de huisarts laten komen als je erg ziek bent - let the doctor come if you get really sick

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
de huisarts (m) the GP. ; the general practitioner ; the family doctor
de huisartsthe family physician ; the general practicioner ; the PMD ; the primary care doctor

Bronnen: interglot Tecdic.com
Synoniemen
NL: huisdokter





Er zijn 10 zinnen met `huisarts` gevonden
  1. NL: Maar ook, op gezette tijden, kunt u er terecht voor huisartsenzorg en medische keuringen
    EN: This post is also open at certain hours to provide the services of a general practitioner and to obtain medical examinations
  2. NL: Huisartsenvereniging
    EN: American Academy of Family Physicians
  3. NL: nieuwe naam van AAFP Huisartsenvereniging
    EN: AAGP (American Academy of General Practitioners)
  4. NL: registratie (bij huisartsen)
    EN: board certificate
  5. NL: afsprakenagenda (huisarts)
    EN: appointments book
  6. NL: Hoe lang ben ik nu al je huisarts?
    EN: How long have I been your GP?
  7. NL: Huisartsenvereniging
    EN: AAFP (American Academy of Family Physicians)
  8. NL: PraktijkOndersteuner Huisartsenzorg (POH)
    EN: General practice-based nurse specialist
  9. NL: Huisartsbezoek
    EN: GP consultation
  10. NL: huisarts
    EN: FP (family physician)