Vertaal

Vertalingen huisarts NL>EN

de huisarts

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈhœysɑrts]
Verbuigingen:  -en (meerv.)

je vaste dokter - GP, family doctor
de huisarts laten komen als je erg ziek bent - let the doctor come if you get really sick

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
de huisarts (m) the GP. ; the general practitioner ; the family doctor
de huisartsthe family physician ; the general practicioner ; the PMD ; the primary care doctor

Bronnen: interglot Tecdic.com
Synoniemen
NL: huisdokter





Er zijn 5 zinnen met `huisarts` gevonden
  1. NL: Hoe lang ben ik nu al je huisarts?
    EN: How long have I been your GP?
  2. NL: PraktijkOndersteuner Huisartsenzorg (POH)
    EN: General practice-based nurse specialist
  3. NL: Huisartsenvereniging
    EN: AAFP (American Academy of Family Physicians)
  4. NL: Huisartsbezoek
    EN: GP consultation
  5. NL: huisarts
    EN: FP (family physician)