Vertaal
Zie ook: falloir


Vertalingen falloir FR>NL
[falwaʀ]

1 être nécessaire - nodig zijn

  'Il me faut un couteau.'
  Ik heb een mes nodig.

  'Il faut dormir.'
  Er moet geslapen worden.

  'Il faut deux heures pour s'y rendre.'
  Om daar te komen heb je twee uur nodig.


2   il faut que
il est nécessaire que


suivi du subj.

het is noodzakelijk dat

  'Il faut qu'il vienne.'
  Het is noodzakelijk dat hij komt / hij moet komen.


3   comme il faut
bien, correct - zoals het hoort / behoorlijk

  'installer ··· comme il faut'
  iets behoorlijk installeren


4   s'il le faut
si cela est nécessaire - als het nodig is

  'Je viendrai s'il le faut.'
  Ik kom als dat nodig is.

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
falloir (ww.) willen (ww.) ; moeten (ww.) ; believen (ww.) ; dienen (ww.) ; verplicht zijn (ww.)

Bron: interglot
Synoniemen
FR: devoir

Uitdrukkingen en gezegdes
FR: il (vous) faut partir, il faut que vous partiez NL: u moet vertrekken
FR: comme il faut NL: zoals het hoort
FR: il le faut NL: het moet
FR: il me faut de l'argent NL: ik heb geld nodig
FR: il faut beaucoup de courage pour gravir ce mont NL: er is veel moed nodig om die berg te beklimmen



Er zijn 4 zinnen met `falloir` gevonden
  1. FR: ll va falloir faire une danse.
    NL: Daarvoor zullen we\r moeten dansen.
  2. FR: ll va me falloir ton billet.
    NL: lk moet je lot hebben.
  3. FR: ll va falloir courir.
    NL: We zullen moeten rennen. . .
  4. FR: Va falloir s'occuper de ça tout de suite.
    NL: Daar moeten we direct iets aan doen.\r Komt goed.