Vertaal

Vertalingen spouse EN>NL
a husband or wife.
echtgenoot
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
the spousede echtgenote (v) ; de echtgenoot (m) ; de partner (m) ; de levensgezel (m) ; de levensgezellin (v) ; de levenspartner (m) ; de eega ; de gade ; de vrouw (v)
spouse gemaal ; gemalin ; eegade ; ga ; wederhelft

Bronnen: memberfiles.freewebs.com interglot Wakefield genealogy pages Omegawiki.org
Synoniemen
EN: companion
EN: husband
EN: mate
EN: other half
EN: significant other
EN: better half
EN: domestic partner
EN: married person
EN: partner
EN: relation





Er zijn 7 zinnen met `spouse` gevonden
  1. EN: the country where you and your spouse live
    NL: het land waar u en uw partner wonen
  2. EN: the courts of the country in which you or your former spouse are habitually resident, or
    NL: het land van de gewone verblijfplaats van uzelf of uw ex-echtgeno(o)t(e), of
  3. EN: If they obtain recognition, they won't need a visa to enter that country - they will receive the same treatment as your spouse, parents and children
    NL: In dat geval mogen ze zonder visum uw land binnen en krijgen dus dezelfde behandeling als echtgeno(o)t(e), ouders en kinderen
  4. EN: the courts in a country of which you or your spouse are nationals, or
    NL: het land waarvan u of uw ex-echtgeno(o)t(e) onderdanen zijn, of
  5. EN: spouse fare
    NL: eegatarief (in de economy class)
  6. EN: the country where your spouse lives - if there is no mutual agreement and you are the spouse filing for divorce
    NL: het land waar uw partner woont, als er geen onderlinge overeenstemming is en u de echtscheiding aanvraagt
  7. EN: the country of which both you and your spouse are nationals
    NL: het land waarvan u en uw partner allebei onderdaan zijn