Vertaal

Vertalingen spouse EN>NL
a husband or wife.
echtgenoot
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
the spousede echtgenote (v) ; de echtgenoot (m) ; de partner (m) ; de levensgezel (m) ; de levensgezellin (v) ; de levenspartner (m) ; de eega ; de gade ; de vrouw (v)
spouse gemaal ; gemalin ; eegade ; ga ; wederhelft

Bronnen: memberfiles.freewebs.com interglot Wakefield genealogy pages Omegawiki.org
Synoniemen
EN: better half
EN: companion
EN: domestic partner
EN: husband
EN: married person
EN: mate
EN: other half
EN: partner
EN: relation
EN: relative





Er zijn 4 zinnen met `spouse` gevonden
  1. EN: the courts in a country of which you or your spouse are nationals, or
    NL: het land waarvan u of uw ex-echtgeno(o)t(e) onderdanen zijn, of
  2. EN: spouse fare
    NL: eegatarief (in de economy class)
  3. EN: the country of which both you and your spouse are nationals
    NL: het land waarvan u en uw partner allebei onderdaan zijn
  4. EN: the country where your spouse lives - if there is no mutual agreement and you are the spouse filing for divorce
    NL: het land waar uw partner woont, als er geen onderlinge overeenstemming is en u de echtscheiding aanvraagt