Vertaal

Vertalingen zoon NL>FR

de zoon

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [zon]
Verbuigingen:  zonen, -s (meerv.)

jongen of man die je kind is - fils (le ~)
vader en zoon - père et fils
uitdrukking de verloren zoon

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
de zoon (m) le fils (m)

Bron: interglot
Synoniemen
NL: knaap
NL: leerling
NL: telg





Er zijn 19 zinnen met `zoon` gevonden
  1. NL: Nazareth, je beroemde zoon\r had zo onbekend moeten blijven
    FR: Nazareth, ton célèbre fils,\r aurait dû rester anonyme
  2. NL: ...met een briefje ernaast:\r '' Bewaar hem voor je zoon.''
    FR: avec un mot épinglé disant :\r ''Garde ça pour ton fils.''
  3. NL: Min zoon heeft een handicap
    FR: Mon fils est handicapé
  4. NL: De beroemdste zoon van de stad, Bertolt Brecht, was eveneens in het podiumvak werkzaam, alhoewel in een heel ander genre
    FR: Spécialiste des planches aussi mais dans un autre registre, un Augsbourgeois célèbre s'est produit ici : Bertolt Brecht
  5. NL: je zegt dat je de zoon van God bent
    FR: Tu dis être le fils de Dieu\r à qui veut l'entendre
  6. NL: Ik probeerde wat te verkopen en 'n\r cadeautje voor m'n zoon te vinden.
    FR: J'essayais de placer mes produits...
  7. NL: ln de naam\r van Uw eniggeboren zoon...
    FR: au nom de ton Fils Unique...
  8. NL: ...en in Jezus Christus,\r Zijn enige Zoon, onze Heer...''
    FR: et en Jésus-Christ, son fils,\r notre Seigneur...
  9. NL: Aan het leven van de beroemde zoons van Cumbria, William Wordsworth en John Ruskin, wordt ode gebracht in topmusea
    FR: D'excellents musées rendent hommage à la vie des célèbres résidents de Cumbrie, William Wordsworth et John Ruskin
  10. NL: Mijn zoon heeft een handicap
    FR: Mon fils est handicapé
  11. NL: Wij hebben een zoon die x jaar is
    FR: Nous avons un fils qui a x ans
  12. NL: Als je m'n zoon nog 's aanraakt...
    FR: Si tu lèves encore la main\r sur mon fils...
  13. NL: Een Baby Jane, een Piepend Wiel,\r gevolgd door een Tweede Zoon.
    FR: Un Baby Jane, une Roue grinçante,\r suivis d'un Fils n ° 2.
  14. NL: Mijn zoontje vroeg me\r of de Oscars van goud zijn.
    FR: Mon fils m'a demandé\r si les Oscars étaient en or.
  15. NL: Ik was niet de eerste zoon die\r zich in z'n moeder vergiste.
    FR: Je n'étais pas le premier fils\r à se tromper.
  16. NL: Ze neemt de leiding over van de smederijen in Bas-Rhin die hij beheerde en richt “Veuve Dietrich et Fils” (Weduwe Dietrich en zoon) op
    FR: Elle prend la direction des forges du Bas-Rhin dont il était l’administrateur et crée ainsi « Veuve Dietrich et Fils »
  17. NL: Ik heb een zoon
    FR: J’ai un garçon
  18. NL: De zoon van de bewaker is een\r klein Hitlertje. En een snuiver.
    FR: Le garde de l'ascenseur\r a un petit Hitler pour fils.
  19. NL: Ik heb een zoon
    FR: J’ai un garçon