Vertaal

Vertalingen zinnen NL>FR

zinnen

werkw.
Uitspraak:  zɪnə(n)]
Verbuigingen:  zinde (verl.tijd ) heeft gezind (volt.deelw.)

plezier doen - plaire
Het zint me niks dat de benzine nog duurder wordt. - Ça ne me plaît pas du tout que l'essence deviendra encore plus chère.

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
zinnen (ww.) préparer (ww.) ; planifier (ww.) ; projeter (ww.) ; tramer (ww.) ; concevoir un plan (ww.)
het zinnenla phrases (v)

Bron: interglot
Synoniemen
NL: aanstaan
NL: bedenken
NL: behagen
NL: beramen
NL: bevallen
NL: broeden
NL: nadenken
NL: overdenken
NL: plan beramen
NL: verzinnen