Vertaal

Vertalingen zat NL>FR

I zat

bijv.naamw.
Uitspraak:  [zɑt]

dronken - pété/-ée
met je zatte kop - bourré comme tu es
uitdrukking zo zat als een patat


II zat

pronoun
Uitspraak:  [zɑt]

genoeg - assez de
Er is zat wijn voor iedereen. - Il y a assez de vin pour tout le monde.
Er zijn zat kinderen, dus we kunnen twee elftallen vormen. - Il y a assez d'enfants; on peut donc faire deux équipes (de onze)
uitdrukking En nu ben ik het (meer dan) zat!
[zɑt]

1 ( voldoende) genoeg - assez de

  `Er is zat wijn voor iedereen.`
  Il y a assez de vin pour tout le monde.

  `Er zijn zat kinderen, dus we kunnen twee elftallen vormen.`
  Il y a assez d'enfants; on peut donc faire deux équipes (de onze)

  En nu ben ik het (meer dan) zat!
   (= <dit zeg je boos als je wilt dat iets niet meer gebeurt>) - Et maintenant j'en ai ras-le-bol!


© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
zat (bijv.naamw.) ivre (bijv.naamw.) ; bourre (bijv.naamw.) ; gris (bijv.naamw.) ; raide (bijv.naamw.)
zat saoul ; paqueté

Bronnen: interglot Wikipedia
Synoniemen
NL: aangeschoten
NL: beschonken
NL: beu
NL: bezopen
NL: dronken
NL: gezeten
NL: in overvloed
NL: kachel
NL: ladderzat
NL: meer dan genoeg

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: iets zat zijn FR: avoir assez de qc, (spreektaal) en avoir marre de qc
NL: zich zat eten FR: manger tout son soûl