Vertaal

Vertalingen woord NL>FR

het woord

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [wort]
Verbuigingen:  -en (meerv.)

1) groep klanken of letters die samen een betekenis vormen - mot (le ~)
geen woorden maar daden - pas de paroles, des actes
uitdrukking iets onder woorden brengen
uitdrukking iemand aan het woord laten
uitdrukking niet uit je woorden komen
uitdrukking met twee woorden spreken
uitdrukking met andere woorden
uitdrukking woorden hebben met iemand
uitdrukking het hoogste woord hebben
uitdrukking het laatste woord hebben
uitdrukking een aardig woordje Nederlands spreken
uitdrukking er geen woord tussen krijgen
uitdrukking Je haalt me de woorden uit de mond.

2) belofte - parole (d'honneur) (la ~)
iemand op zijn woord geloven - croire quelqu'un sur parole
uitdrukking je woord geven
uitdrukking je (aan je) woord houden
uitdrukking je woord breken

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
de woord (m) la parole (v) ; le mot (m) ; le terme (m)
woordla expression

Bronnen: interglot ICT-Woordenboek
Synoniemen
NL: belofte
NL: bewoording
NL: erewoord
NL: formulering
NL: term
NL: vakterm

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: het Woord is vlees geworden FR: le Verbe s'est fait chair
NL: geen woord meer FR: pas un mot de plus
NL: zijn woord breken FR: manquer à  sa parole
NL: het woord doen FR: s'exprimer
NL: een goed woord doen voor FR: dire un mot en faveur de
NL: woorden krijgen FR: se prendre de querelle
NL: Iemand het woord ontnemen FR: retirer la parole à  quelqu'un
NL: het hoogste woord voeren FR: tenir le dé dans la conversation
NL: geen woord zeggen FR: ne souffler mot
NL: aan het woord zijn FR: avoir la parole
NL: in één woord FR: bref
NL: met andere woorden FR: en d'autres termes
NL: onder woorden brengen FR: exprimer
NL: Iemand te woord staan FR: écouter quelqu'un
NL: woord voor woord FR: mot à  mot
NL: woorden wekken, voorbeelden trekken FR: bon exemple vaut une leçon



Er zijn 30 zinnen met `woord` gevonden
  1. NL: De invloed van Brussel op het Frans in Belgie. 
De woordenschat van Vlaamse of 
Nederlandse origine
    FR: L’influence de Bruxelles 
sur le français en Belgique
  2. NL: lk vind 'm leuk. 't ls 't woord met een ''h''.\r Dat is waar. 't Begint met een ''h''.
    FR: Je l'aime bien. C'est le mot en ''a''.\r C'est vrai. Ça commence par ''a''.
  3. NL: maar hij zei geen woord
    FR: Il n'a jamais répondu
  4. NL: ''Verkocht'' . . . een interessante\r woordkeus.
    FR: ''Vendu'', le terme est choisi.
  5. NL: -En...\r -Gebruik dat woord niet.
    FR: Dis pas ça.
  6. NL: 'Waren de woorden 'ik hou van je'\r maar niet zo moeilijk voor me.'
    FR: Je voudrais que dire ''je t'aime''...
  7. NL: dat woordspelletje, weet je dat nog?
    FR: Mais tu imagines les vannes ?
  8. NL: om Gods woord te verkondigen.
    FR: et servir la parole de Dieu !
  9. NL: Staat patiënten telefonisch te woord en beantwoordt vragen.
    FR: Renseigne les patients qui l`interrogent par téléphone.
  10. NL: Dat is moeilijk te zeggen,\r omdat het een lang woord is.
    FR: C'est difficile à dire,\r c'est un mot très long.
  11. NL: Bij het noemen van de woorden shoppen en Engeland in dezelfde zin, komt Londen waarschijnlijk in u op
    FR: Mentionnez les mots shopping et Angleterre dans la même phrase et c'est probablement Londres qui viendra spontanément à l'esprit
  12. NL: PLAATJES ZEGGEN MEER DAN WOORDEN
    FR: Des photos disent plus que mots
  13. NL: Het zal u niet verbazen dat Stratford uitstekende theaters heeft waardoor het een ideale plaats is om de beroemde woorden tot leven te zien komen
    FR: Guère étonnant, Stratford possède également d'excellents théâtres, en faisant un lieu idéal pour voir ces pièces célèbres prendre vie
  14. NL: Met andere woorden, zwemspullen meebrengen
    FR: En d'autres termes, dépêchez-vous de préparer vos affaires !
  15. NL: Woordenlijst
    FR: Dictionnaire
  16. NL: Nu zei je beide woorden die je\r niet moest zeggen.
    FR: Les deux sont tabous.
  17. NL: Je moet geen woorden zeggen waar\r mensen bang van kunnen worden.
    FR: Évitez les mots qui crispent les gens.
  18. NL: Je gebruikte lelijke woorden.\r Ik heb gevoelige oren.
    FR: Tu as été grossier.\r J'ai l'oreille sensible.
  19. NL: Kent u dat woord, vergetelheid?
    FR: Vous connaissez cette expression?
  20. NL: Moeten we dat woord gebruiken?\r - Welk woord?
    FR: On a besoin de ce mot?
  21. NL: Drie woorden om deze bed & breakfast te beschrijven?
    FR: Décrire ce B&B en trois mots ?
  22. NL: Ik ben het woord voor vergeten
    FR: J'ai oublié le mot pour
  23. NL: We komen woorden te kort om de Freeflower te beschrijven, de eerste aantrekkelijke tentwoning
    FR: Il n'y a pas assez de mots pour qualifier la personnalité de la Freeflower, le premier habitat toilé de charme
  24. NL: komen die woorden\r fluisterend boven.
    FR: ils me parviennent dans un murmure.
  25. NL: Dat woord moet je niet zeggen.\r - Terrorist of bom?
    FR: Ne prononcez pas ce mot.

Bekijk alle 30 voorbeeldzinnen met `woord`