Vertaal

Vertalingen veroorzaken NL>FR
[vərˈorzakə(n)]
[vvt: heeft veroorzaakt]

1 ( teweegbrengen) oorzaak zijn van - causer - provoquer - produire

  `Een kapotte wissel veroorzaakte veel vertraging in het treinverkeer.`
  Un aiguillage défectueux a causé beaucoup de retards dans la circulation ferroviaire.


© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
veroorzaken (ww.) mettre (ww.) ; porter (ww.) ; résulter (ww.) ; susciter (ww.) ; causer (ww.) ; occasionner (ww.) ; provoquer (ww.) ; engendrer (ww.) ; faire (ww.) ; commettre (ww.) ; inciter a (ww.) ; rendre (ww.)
veroorzaken poser

Bronnen: interglot Wikipedia Trueterm ICT-Woordenboek
Synoniemen
NL: teweegbrengen
NL: aanrichten
NL: berokkenen
NL: bewerkstelligen
NL: stichten
NL: aandoen
NL: aanstichten





Er zijn 8 zinnen met `veroorzaken` gevonden
  1. NL: ...die ze zou veroorzaken\r in onze ouderwetse systemen.
    FR: que ça causerait\r à notre système archaïïïque.
  2. NL: Verdacht van het veroorzaken van genetische schade.
    FR: Susceptible d’induire des anomalies génétiques.
  3. NL: Kan brand of ontploffingen veroorzaken
    FR: Peut provoquer un incendie ou une explosion
  4. NL: kan cryogene brandwonden of letsel veroorzaken
    FR: peut causer des brûlures ou blessures cryogéniques
  5. NL: Kan slaperigheid of duizeligheid veroorzaken.
    FR: Peut provoquer somnolence ou vertiges.
  6. NL: Kan een allergische huidreactie veroorzaken.
    FR: Peut provoquer une allergie cutanée.
  7. NL: Kan irritatie van de luchtwegen veroorzaken.
    FR: Peut irriter les voies respiratoires.
  8. NL: Verdacht van het veroorzaken van kanker.
    FR: Susceptible de provoquer le cancer.