Vertaling van vakantie, NL>FRvakantie Zelfst. Naamw. [vrouwelijk][vaˈkɑn(t)si] [mv: vakanties] 1 periode van een aantal dagen waarin je vrij bent en niet hoeft te werken - vacances (la ~(v)) congés (le ~(m)) `gesloten wegens vakantie` fermé pour cause de vacances / de congés payés `zomervakantie` vacances d'été kerstvakantie (= vakantie voor scholieren rond Kerstmis en Nieuwjaar) - congé de Noël 2 vakantiereis - voyage d'agrément `op/met vakantie gaan naar Italië` partir en vacances en Italie © K Dictionaries Ltd. Alle rechten voorbehouden. Voorbeeldzinnen en gezegdes NL: vakantie hebben
FR: être en vacances, avoir congéNL: vakantie nemen FR: prendre un jour de congé NL: met vakantie gaan FR: partir en vacances Arbeid NL: vakantieFR: congé payé Definitie Nederlands: bij wet of c.a.o. geregeld aantal dagen waarop een werknemer vrij is van arbeid, met behoud van loon; te onderscheiden van: feestdagen, verlof, kort verlof, verlet, verzuim Milieu en Chemie NL: vakantieFR: vacances | Ook in de databasevakantie abonnementvakantie op een werkdag vakantie-uitkering vakantieadres vakantiebeurs vakantiebijslag vakantiebiljet vakantiecentrum vakantiecharter vakantiecheque vakantiecursus vakantiedag vakantiedorp vakantiedrukte Zojuist vertaaldNL>FR: vakantieNL>FR: uitgewerkt NL>FR: landgenoot NL>FR: scharnier NL>FR: landgenoot NL>FR: scharnier NL>FR: tien NL>FR: vroeg NL>FR: stengel NL>FR: woordenschat NL>FR: vlak NL>FR: waardevol NL>FR: nuchter NL>FR: waardevol |
|
| © Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English | ||