Vertaal
Vertalingen uitstellen NL>FR
uitstellen (ww.) retarder (ww.) ; reporter (ww.) ; renvoyer (ww.) ; repousser (ww.) ; ajourner (ww.) ; temporiser (ww.) ; faire traîner les choses en longueur (ww.) ; procrastiner (ww.) ; différer (ww.)
uitstellen postposer

Bronnen: Wikipedia interglot ICT-Woordenboek
Synoniemen
NL: aanhouden
NL: afdoen
NL: afleggen
NL: afzetten
NL: opschorten
NL: opschuiven
NL: rekken
NL: uitdoen
NL: uitkrijgen
NL: uittrekken








Staat je antwoord er niet bij of heb je een vraag waarbij het vertaalwoordenboek geen hulp kan bieden? Vraag het dan op `Vertaalhulp`