Vertaling van tien, NL>FRtien Telwoord[tin] 1 het getal 10 - dix met z'n tienen zijn (= met tien personen zijn) - être dix een tien halen voor... (= het hoogst haalbare schoolcijfer krijgen voor...) - avoir un dix (sur dix) pour... Een tien met een griffel! (= zeer goed!) - Très très bien! praatjes voor tien hebben (= veel praatjes hebben) - frimer beaucoup tien tegen één (= bijna zeker) - gros à parier (que ) © K Dictionaries Ltd. Alle rechten voorbehouden. | ||
| © Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English | ||