Vertaal

Vertalingen pink NL>FR

de pink

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [pɪnk]
Verbuigingen:  -en (meerv.)

1) kleinste vinger - petit doigt (le ~), auriculaire (le ~)
een ring om je pink dragen - porter une bague au petit doigt

2) jonge koe - génisse d'un an (la ~)
drie pinken, twee vaarzen en een volwassen stier - trois génisses d'un an, deux taures et un taureau adulte

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
de pink (m) le auriculaire (m) ; le petit doigt (m)

Bronnen: Omegawiki.org interglot
Synoniemen
NL: bark
NL: hulk
NL: schuit

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: pink op de naad van de broek FR: le petit doigt sur la couture du pantalon
NL: bij de pinken zijn FR: ne pas avoir froid aux yeux