Vertaal
Vertalingen oor NL>FR

het oor

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [or]
Verbuigingen:  oren (meerv.)

1) deel van je hoofd waarmee je kunt horen - oreille (la ~)
flaporen - oreilles en feuille de chou
uitdrukking Het gaat het ene oor in en het andere uit.
uitdrukking met een half oor luisteren
uitdrukking één en al oor zijn
uitdrukking iemand een oor aannaaien
uitdrukking met je oren staan te klapperen
uitdrukking met rode oortjes

2) handvat waaraan je een stuk servies kunt optillen - oreille (la ~), anse (la ~)
een soepkom met twee oren - un bol à deux anses

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
het oorle loquet (m) ; le loqueteau (m) ; la manette (v) ; le levier (m) ; la point d'appui (v) ; la prise (v) ; la anse (v) ; la oreille (v)

Bronnen: interglot pijnstillerinfocentrum
Synoniemen
NL: gehoororgaan
NL: handgreep
NL: handvat
NL: oor van een kopje

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: geheel oor zijn FR: être tout oreilles
NL: zijn oren niet geloven FR: ne pas en croire ses oreilles
NL: hij heeft wel oren naar FR: il ne dit pas non
NL: een open oor hebben voor FR: accueillir favorablement
NL: haar iets in het oor fluisteren FR: lui souffler qc à  l'oreille
NL: iets in zijn oren knopen FR: prendre bonne note de qc
NL: het is op een oor na gevild FR: autant vaut fait
NL: ter ore komen FR: arriver aux oreilles de (quelqu'un)
NL: tot over de oren FR: (rougir) jusqu'aux cheveux
NL: tot over de oren in de schulden steken FR: être criblé de dettes






Staat je antwoord er niet bij of heb je een vraag waarbij het vertaalwoordenboek geen hulp kan bieden? Vraag het dan op `Vertaalhulp`