Vertaling van leven, NL>FRI het levenzelfst.naamw.
1) periode tussen je geboorte en je dood - vie (la ~) 2) alles wat binnen een bepaalde kring gebeurt - vie (la ~)
3) drukte en lawaai - animation (la ~), mouvement (le ~), bruit (le ~)
II levenwerkw.
1) (van mensen en dieren) lichamelijk en geestelijk functioneren tijdens je leven (1) - vivre 2) (van niet-levende dingen) er zijn - exister , avoir cours
[mv: levens] 1 periode tussen je geboorte en je dood - vie (la ~(v)) `je hele leven blind zijn` être aveugle de naissance `een doodzieke patiënt in leven houden` maintenir en vie un malade en phase terminale een leven als een luis op een zeer hoofd (= een makkelijk en prettig leven) - comme un coq en pâte om het leven komen (= doodgaan) - perdre la vie / être tué / trouver la mort uit het leven gegrepen (= overgenomen uit de werkelijkheid) - pris sur le vif `Dit verhaal is uit het leven gegrepen.` Ce récit a été pris sur le vif. nooit van mijn leven (= echt helemaal nooit) - jamais de la vie `Ik zal nooit van mijn leven naar een tropisch land gaan: veel te heet.` Jamais de la vie je n'irai dans un pays tropical: il y fait trop chaud. 2 alles wat binnen een bepaalde kring gebeurt - vie (la ~(v)) `bedrijfsleven` vie économique `het sociaal-economische leven` la vie socioéconomique in het leven zitten (= hoer zijn) - être une professionnelle 3 drukte en lawaai - animation (la ~(v)) mouvement (le ~(m)) bruit (le ~(m)) `In een station is altijd veel leven.` Dans une gare il y a toujours beaucoup de mouvement. © K Dictionaries Ltd. Synoniemen NL: herrie (de ~) FR: bruit (le ~ (m)), vacarme (le ~ (m)), chahut (le ~ (m)), tapage (le...NL: drukte (de ~ (v)) FR: presse (la ~ (v)), effervescence (bijv.nw. bijw.), vacarme (le ~ (m...NL: existentie (de ~ (v)) FR: existence (la ~ (v)), vie (la ~ (v)), présence (la ~ (v)), réalit...NL: existeren (ww.) FR: vivre, existerNL: logeren (ww.) FR: vivre, demeurer, résider, habiter, loger, séjourner, héberger, s...NL: resideren (ww.) FR: vivre, demeurer, résider, habiter, loger, séjourner, héberger, s...NL: wonen (ww.) FR: vivre, demeurer, résider, habiter, loger, séjourner, héberger, s...NL: zijn (ww.) FR: vivre, exister, existence (la ~ (v)), vie (la ~ (v)), présence (la...NL: bestaan (ww.) FR: vivre, exister, existence (la ~ (v)), vie (la ~ (v)), présence (la...Uitdrukkingen en gezegdes NL: dat portret leeft
FR: ce portrait est vivantNL: dat beeld leeft FR: cette statue paraît animée NL: hij leeft niet meer FR: il n'est plus en vie, il n'est plus de ce monde NL: slecht leven FR: vivre dans la débauche NL: genoeg om van te leven FR: de quoi vivre NL: stil gaan leven FR: se retirer de ses affaires NL: die dan leeft, die dan zorgt FR: qui vivra verra NL: je moet ermee zien te leven FR: il faut en prendre son parti NL: het leven geven, het leven schenken aan FR: donner le jour à NL: een rustig leven leiden FR: mener une vie tranquille NL: bij zijn leven FR: de son vivant NL: een best leven hebben FR: se la couler douce NL: een nieuw leven beginnen FR: refaire sa vie NL: in het leven roepen FR: créer, donner naissance à , faire naître NL: naar het leven getekend FR: dessiné d'après nature NL: op leven en dood FR: à outrance, à mort NL: voor het leven benoemd FR: nommé à vie NL: uit het leven gegrepen FR: Zinnen met leven NL: Het leven en de ziel van het land - FR: La vie et l’âme de la terreNL: leven met water - FR: Vivre avec l’eau NL: Wat doe je in het dagelijks leven? - FR: Que fais-tu dans la vie? NL: het is de mooiste dag van haar leven - FR: C’est le plus beau jour de sa vie | Ook in de databaseleven beterenlevend levendbarend levendig levendige beschrijving levendigheid levendmakend levengevend levenloos levenloosheid levenmaker levens levensadem levensader Zojuist vertaaldNL>FR: levenNL>FR: mooi NL>FR: terugvinden NL>FR: mum NL>FR: mum NL>FR: tot NL>FR: tot NL>FR: KIESKEURIG NL>FR: gans NL>FR: malaise NL>FR: Dwars NL>FR: oorzaak NL>FR: zorgen voor NL>FR: oorzaak |
|||||||||||||||||
| © Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English | ||||||||||||||||||