Vertaling van het, NL>FRhet Voornaamwoord[hɛt/ət] 1 <je gebruikt dit woord als onbepaald onderwerp of lijdend voorwerp> - tout au moins [tutomwɛ~] `Het regent.` Il pleut. `Het zijn echte Hollanders.` Ce sont de vrais Hollandais. `Ik houd het hier wel uit.` Ce n'est pas trop mal ici. 2 <je gebruikt dit woord als je verwijst naar een onzijdig woord> - tout au moins [tutomwɛ~] `We gingen naar het natuurpark, maar het was al gesloten.` Nous sommes allés au parc naturel, mais il était déjà fermé. het article [hɛt/ət] 1 <woord dat je combineert met een onzijdig zelfstandig naamwoord> - le/la `het huis met de tuin` la maison et son jardin `Dit is het beste dat ik krijgen kon.` C'est le mieux que j'aie pu obtenir. © K Dictionaries Ltd. Alle rechten voorbehouden. Voorbeeldzinnen en gezegdes NL: het moet
FR: il le fautNL: het is jammer FR: c'est dommage NL: hij is het FR: c'est lui NL: het sneeuwt FR: il neige NL: daar heb je het (al) FR: ça y est NL: dat is hèt antwoord FR: c'est la bonne réponse NL: hèt van hèt FR: le fin du fin | Ook in de databasehet 'laatste woord'het aanbrengen van lasplaten het aangevraagde merk het aanleggen het aanpassen van de pH het aanpassen van isotonie het aanrollen het aanspreken beëindigen het aantal scholen vergroten het aanwezige water het aanzien waard het absolute bestaansminimum het achterlaten het achterlaten van de koppen |
|
| © Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English | ||