|
|
Vertaling van via, NL>ES
via voorzetsel 1) langs of over (een stad, een weg) - a través de | Via het Suezkanaal bereikten we de Rode Zee. - A través del canal de Suez llegamos al Mar Rojo. | vliegen via (een plaats) (naar een andere plaats) (=met het vliegtuig eerst landen in (een plaats) en vandaar uit verder vliegen naar (een andere plaats)) - volar a través de (un lugar) (a otro lugar)
We vliegen via Madrid. - Volamos a través de Madrid.
| 2) door gebruik te maken van - por medio de | Ze kreeg werk via een uitzendbureau. - Consiguió trabajo por medio de una agencia de empleo temporal. | via via (=via verschillende tussenpersonen) - a través de (alguna gente)
Via via ben ik dat te weten gekomen. - A través de alguna gente me enteré de ello.
| © K Dictionaries Ltd.Interglot via al (bijv.nw. / bijw.), en (bijv.nw. / bijw.), a laSynoniemen NL: bij (bijv.nw. / bijw.) ES: al, en, a la , por, abeja (la ~ (v)), abeja doméstica (la ~ (v)), ...NL: te (bijv.nw. / bijw.) ES: en, al, a laNL: ter (bijv.nw. / bijw.) ES: al, en, a laZinnen met via
| |