Vertaal

Vertalingen zwanger NL>EN

zwanger

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ˈzwɑŋər]

(van een vrouw of vrouwtjesdier) met een kind of jong in haar buik - pregnant
zwanger van je derde kind - pregnant with one's third child
ongewild zwanger raken - have an unwanted pregnancy
uitdrukking hoogzwanger

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
zwanger (bijv.naamw.) pregnant (bijv.naamw.) ; expecting (bijv.naamw.)
zwanger in the pudding club ; with young

Bronnen: interglot Wakefield genealogy pages
Synoniemen
NL: drachtig
NL: in verwachting





Er zijn 41 zinnen met `zwanger` gevonden
  1. NL: Na acht maanden zwangerschap\r hoor je niet meer te vliegen.
    EN: You are not supposed to fly\r eight months pregnant.
  2. NL: Hemeltje nee, ik ben niet zwanger.\r lk ben niet zwanger. Dit is belachelijk.
    EN: PAIGE:\r Oh, God, I'm not pregnant.
  3. NL: zwangerschapszorg
    EN: maternal care
  4. NL: zwangerschaps
    EN: maternal
  5. NL: zwangerschap
    EN: pregnancy
  6. NL: enkelvoudige zwangerschap
    EN: singleton
  7. NL: Houdt de toestand van de vrouw en de foetus tijdens de zwangerschap en de bevalling in de gaten.
    EN: Monitor the condition of the mother and foetus during pregnancy and throughout labour
  8. NL: Biedt psychologische steun aan zwangere vrouwen.
    EN: Offer psychological support to pregnant women
  9. NL: Wist je dat mannen die regelmatig de pil slikken niet zwanger raken?
    EN: Did you know that men who regularly take the birth control pill don't get pregnant?
  10. NL: Ik ben zwanger.
    EN: I'm pregnant.
  11. NL: Tijdens mijn zwangerschap had ik bloedvergiftiging.
    EN: I had toxemia during my pregnancy.
  12. NL: lk probeer jou al\r veel langer zwanger te maken.
    EN: l been trying to get you pregnant\r for the longest.
  13. NL: Stel nou dat je zwanger wordt.
    EN: Look, what if you get pregnant\r or something?
  14. NL: zwangerschapstest
    EN: pregnancy test
  15. NL: het tweede trimester van de zwangerschap
    EN: second trimester of pregnancy
  16. NL: prenatale zorg/zwangerschapszorg
    EN: antenatal care
  17. NL: Ik ben zwanger.
    EN: I am pregnant.
  18. NL: Ze is zwanger.
    EN: She's up the duff.
  19. NL: Dus hij maakt de oppasser zwanger.
    EN: So he makes the baby-sitter pregnant.
  20. NL: Hoe is 't met je vrouw ?\r - Ze is weer zwanger.
    EN: -How's your wife?\r -Pregnant again.
  21. NL: Mocht ik daarom bij je komen?\r Om je zwanger te maken?
    EN: ls that why you called me up here?\r So l can get you pregnant?
  22. NL: zwangerschapsgym(nastiek)
    EN: birthing class
  23. NL: zwangerschapsduur (niet vertalen met draagtijd)
    EN: gestation/gestational age
  24. NL: Zwangere vrouwen zijn vaak\r links- en rechtshandig.
    EN: Often pregnant women\r become ambidextrous.
  25. NL: zwangerschapscontrole
    EN: antenatal

Bekijk alle 41 voorbeeldzinnen met `zwanger`