Vertaal

Vertalingen toevallig NL>EN

toevallig

bijv.naamw.
Uitspraak:  [tuˈvɑləx]

bij of door toeval - accidental, chance, fortuitous, by and by
een toevallige samenloop van omstandigheden - a chance coincidence
uitdrukking Heb je toevallig een tientje voor me?
uitdrukking Zo is het toevallig wel gebeurd.

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
toevallig (bijv.naamw.) accidental (bijv.naamw.) ; unforeseen (bijv.naamw.)
toevallig fortuitous ; aleatory ; stochastic ; coincidental ; occasional ; adventitious ; chance ; random ; by accident ; by chance ; accidentally ; stray ; haphazard

Bronnen: interglot Wikipedia Vlietstra Wakefield genealogy pages MWB KNNV Botanical glossary
Synoniemen
NL: accidenteel
NL: bijkomstig
NL: onopzettelijk
NL: willekeurig

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: een toevallige samenloop van omstandigheden EN: a coincidence
NL: wat toevallig! EN: what a coincidence!
NL: bw: toevallig zag ik hem EN: I happened to see him
NL: ken je hem? toevallig wel EN: do you know him? As it happens, I do
NL: toevallig had ik geen geld bij me EN: as luck would have it, I had no money on me



Er zijn 13 zinnen met `toevallig` gevonden
  1. NL: Niet toevallig liet Johanna Spyri zich inspireren door de Bünder Herrschaft en het stadje Maienfeld
    EN: Maienfeld in the distinctive Bündner Herrschaft region of Graubünden inspired the poetess Johanna Spyri to write her novel Heidi
  2. NL: Heb je toevallig de telefoon gehoord ?
    EN: You didn't hear the phone ring\r by any chance, did you?
  3. NL: En toevallig wordt er ook zo'n beetje de beste gerookte vis op aarde geserveerd
    EN: It also happens to serve some of the finest smoked fish on the planet
  4. NL: Veel mensen reageren echter met verbazing en hoofdschudden op het symbool van de stad, dat er een beetje verloren en toevallig bij lijkt te staan
    EN: Surprise and a shake of the head are typical reactions to the city's most famous landmark, which appears to have just been picked up and placed there
  5. NL: opportunistisch (toevallig schadelijk)
    EN: opportunistic
  6. NL: Ik moet ook met Marcus praten.\r Wat toevallig.
    EN: - Marcus...\r - I need to talk to Marcus.
  7. NL: toevallige verplaatsingstekens
    EN: accidentals
  8. NL: toevallig opgespoorde doelen
    EN: targets of opportunity
  9. NL: Heb je toevallig wat theezakjes\r meegenomen?
    EN: Incidentally,\r did you bring any teabags?
  10. NL: Ik was toevallig net in de bibliotheek
    EN: I just happened to be in the library
  11. NL: Maar ik zie al die gebeurtenissen,\r al die toevalligheden. . .
    EN: But l see this chain of events. . .
  12. NL: We hebben haar toevallig ontmoet in het park.
    EN: We happened to meet her in the park.
  13. NL: Geheel toevallig ontmoette ik mijn oude vriend in de luchthaven.
    EN: Quite by chance, I met my old friend in the airport.