Vertaal

Vertalingen snurken NL>EN

snurken

werkw.
Uitspraak:  [ˈsnʏrkə(n)]
Verbuigingen:  snurkte (verl.tijd ) heeft gesnurkt (volt.deelw.)

tijdens je slaap harde geluiden maken met je keel of neus - snore
iedere nacht liggen snurken en daardoor je partner uit de slaap houden - to keep one's partner awake by snoring every single night

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
snurken (ww.)to snore

Bron: interglot
Synoniemen
NL: ronken
NL: slapen





Er zijn 2 zinnen met `snurken` gevonden
  1. NL: Als het op snurken aankomt kan niemand meneer Snurk verslaan.
    EN: When it comes to snoring, no one can top Mr Snore.
  2. NL: Tom hoorde Mary in de les snurken.
    EN: Tom heard Mary snoring in class.