Vertaal
Vertalingen snurken NL>EN

snurken

werkw.
Uitspraak:  [ˈsnʏrkə(n)]
Verbuigingen:  snurkte (verl.tijd ) heeft gesnurkt (volt.deelw.)

tijdens je slaap harde geluiden maken met je keel of neus - snore
iedere nacht liggen snurken en daardoor je partner uit de slaap houden - to keep one's partner awake by snoring every single night

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
snurken (ww.)to snore

Bron: interglot
Synoniemen
NL: ronken
NL: slapen