Vertaal

Vertalingen schaatsen NL>EN

schaatsen

werkw.
Uitspraak:  [ˈsxatsə(n)]
Verbuigingen:  schaatste (verl.tijd ) heeft geschaatst (volt.deelw.)

je met schaatsen voortbewegen over ijs - ice-skate, skate
kunstschaatsen - figure skating
de 5.000 meter schaatsen - do the 5.000 meter race

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
schaatsen (ww.)to skate
het schaatsenthe skates
schaatsen skating ; ice-skate

Bronnen: interglot MWB
Synoniemen
NL: doorlopers
NL: rijden
NL: schaatsenrijden
NL: wintersport





Er zijn 4 zinnen met `schaatsen` gevonden
  1. NL: Zullen we vandaag gaan schaatsen?
    EN: Shall we go skating today?
  2. NL: De kinderen pakten hun schaatsen en gingen richting de bevroren vijver.
    EN: The children took their ice skates and made for the frozen pond.
  3. NL: Wat vind je van schaatsen of hoogspringen of de hink-stap-sprong?
    EN: What do you think of skating or high jumping or the triple jump?
  4. NL: Het wordt schaatsen
    EN: Ice-skating is it