Vertaal
Vertalingen prikken NL>EN

prikken

werkw.
Uitspraak:  [ˈprɪkə(n)]
Verbuigingen:  prikte (verl.tijd ) heeft geprikt (volt.deelw.)

1) een injectie geven medisch - shot, inject, innoculate
Suikerpatiënten leren zichzelf te prikken. - Diabetes patients have to learn to give themselves a shot without any help.

2) een stekelig gevoel geven - tickle, itch, scratch
Ik wil niet dat mijn oom me een kus geeft, want zijn snor prikt. - I don't want my uncle kissing me, his mustache tickles.

3) steken met een scherp ding - prick, puncture, pierce
met een vork gaatjes prikken in de verpakking voor je het in de magnetron zet - prick a hole with a fork in the package before putting it into the microwave

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
prikken (ww.)to cut ; to sting ; to prick
prikken pick ; stab

Bronnen: interglot Wakefield genealogy pages
Synoniemen
NL: aansporen
NL: aanzetten
NL: bepalen
NL: irriteren
NL: opprikken
NL: prikkelen
NL: steken








Staat je antwoord er niet bij of heb je een vraag waarbij het vertaalwoordenboek geen hulp kan bieden? Vraag het dan op `Vertaalhulp`