Vertaal

Vertalingen kassa NL>EN

kassa

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [ˈkɑsa]
Verbuigingen:  's (meerv.)

voorwerp waar geld in zit en de plaats waar je betalingen kunt doen - cash register, checkout, ticket booth
de kosten van alle boodschappen optellen met de kassa en het ontvangen geld erin doen - calculate the price of all groceries bought
gereserveerde kaartjes voor het concert bij de kassa afhalen en betalen - pay for the reserved tickets at the ticket booth

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
de kassathe cash desk ; the cash register ; the pay desk ; the checkout
kassa cashier ; till

Bronnen: interglot MWB
Synoniemen
NL: kas
NL: kasregister
NL: loket





Er zijn 8 zinnen met `kassa` gevonden
  1. NL: Koop een kaartje bij de kassa
    EN: Buy a ticket at the ticket office
  2. NL: Ik zou graag een baantje achter de kassa willen hebben
    EN: I wouldn't mind a job as a cashier
  3. NL: Bedient de kassa.
    EN: Operate cash register
  4. NL: Osama, achter de kassa, nu meteen.
    EN: Yo, Osama! Osama!\r Get behind the register! Now!
  5. NL: Telt het geld in de kassalade om er zeker van te zijn dat de bedragen correct zijn en er voldoende wisselgeld voorradig is.
    EN: Count money in cash drawers to ensure that amounts are correct and that there is adequate change.
  6. NL: Vergeet de kassabon niet.
    EN: Don't forget the receipt.
  7. NL: Kunt u mij de kassabon geven?
    EN: Could I have a receipt, please?
  8. NL: Ik wil wel een baantje achter de kassa
    EN: I’d like a job as a cashier