Vertaal

Vertalingen huis NL>EN

het huis

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [hœys]
Verbuigingen:  huizen (meerv.)

gebouw om in te wonen - home, house, housing
na een logeerpartij weer naar huis gaan - go back home after a sleep-over party
uitdrukking van huis uit
uitdrukking nog verder van huis zijn
uitdrukking huis van bewaring
uitdrukking Ieder huisje heeft zijn kruisje.

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
het huisthe house ; the residence ; the premises ; the casing ; the building ; the home ; the base
huis housing ; family

Bronnen: interglot Vlietstra mwb Wakefield genealogy pages
Synoniemen
NL: dynastie
NL: firma
NL: kribbe
NL: omhulsel
NL: onderdak
NL: oord
NL: optrekje
NL: pand
NL: perceel
NL: residentie

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: heer (vrouw) des huizes EN: master (mistress) of the house
NL: huis en erf EN: premises
NL: huis en haard EN: hearth and home
NL: huis van bewaring EN: house of detention
NL: huizen zien EN: be house-hunting
NL: hij sprong huizen hoog van vreugde EN: he nearly jumped out of his skin with joy
NL: huis aan huis bezorgen EN: distribute from house to house
NL: bij iemand aan huis komen EN: visit a person
NL: in huis zijn bij EN: live with
NL: in huis nemen EN: take in EN: er is geen melk in huis,...in the house
NL: langs de huizen gaan EN: go from house to house
NL: naar huis EN: home
NL: uit 't huis zetten EN: evict
NL: van huis gaan EN: leave home
NL: van huis uit EN: originally
NL: van goeden huize EN: of a good family
NL: dan ben je nog verder van huis EN: then you are even worse off