Vertaal

Vertalingen duim NL>EN

de duim

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [dœym]
Verbuigingen:  -en (meerv.)

kortste en dikste vinger van je hand - thumb
op je duim zuigen - suck on your thumb
uitdrukking iemand onder de duim houden
uitdrukking iets op je duimpje kennen
uitdrukking iets uit je duim zuigen
uitdrukking met je duimen draaien
uitdrukking de duimen leggen

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
de duim (m) the thumb
de duimthe inch

Bronnen: interglot Wakefield genealogy pages
Uitdrukkingen en gezegdes
NL: hij kan op zijn duim fluiten EN: he can whistle for it
NL: iets uit zijn duim zuigen EN: make up a story



Er zijn 35 zinnen met `duim` gevonden
  1. NL: Laten we duimen
    EN: Let's keep our fingers crossed
  2. NL: duimspanner
    EN: hammer spur
  3. NL: duimbal
    EN: thenar
  4. NL: duim
    EN: thumb
  5. NL: duimnagel
    EN: thumb nail
  6. NL: duimstok
    EN: inch rule
  7. NL: duimstok
    EN: ruler gauge
  8. NL: Is het je duim?
    EN: OK. Is it your thumb?
  9. NL: Duim (UK en USA)
    EN: Inch (2,53995 cm)
  10. NL: kunt u deze broek een duim langer maken?
    EN: could you take these trousers down an inch?
  11. NL: duim; grote teen
    EN: first digit
  12. NL: korte duimspier
    EN: thenar muscle
  13. NL: opponeerbare (duim)
    EN: opposable (thumb)
  14. NL: duimmuis
    EN: ball of the thumb
  15. NL: de duimstok
    EN: folding rule
  16. NL: duimstok
    EN: rule
  17. NL: duimstok
    EN: ruler
  18. NL: kunt u deze broek een duim korter maken?
    EN: could you take these trousers up an inch?
  19. NL: Voet (12 duim) (UK en USA)
    EN: Foot (12 inches) (0,3047945 cm)
  20. NL: Nee, met je duim.
    EN: You put it with your thumb.
  21. NL: duimmuis
    EN: thenar eminence
  22. NL: duimspier
    EN: thumb muscle
  23. NL: Meet afstanden en materialen op en brengt markeringen aan op het materiaal met behulp van een duimstok, potloot, krijt, meetlint, etc.
    EN: Measure distances and materials and mark cutting lines on materials using ruler, pencil, chalk, marking gauge, measuring tape, etc.
  24. NL: inch/duim
    EN: inch
  25. NL: De hand heeft vijf vingers: duim, wijsvinger, middelvinger, ringvinger en pink.
    EN: The hand has five fingers: the thumb, the index finger, the middle finger, the ring finger, and the pinky.

Bekijk alle 35 voorbeeldzinnen met `duim`