Vertaal

Vertalingen druk NL>EN

I de druk

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [drʏk]
Verbuigingen:  -ken (meerv.)

1) kracht die op een oppervlak werkt - pressure
luchtdruk - air pressure

2) situatie dat iets of iemand je tot iets dwingt - stress, strain, pressure, oppression, burden
uitdrukking onder druk staan
uitdrukking iemand onder druk zetten
uitdrukking op iemand druk uitoefenen

3) keer dat iets gedrukt is - print, edition
een herziene druk van een boek - revised edition of a book


II druk

bijv.naamw.
Uitspraak:  [drʏk]

1) waar van alles tegelijk aanwezig is - busy, crowded, thriving
druk verkeer - busy traffic
een drukke winkelstraat - busy street

2) die of dat veel werk doet of veel werk geeft - pressing, demanding, heavy
het druk hebben op je werk - be busy with work
een drukke baan hebben - have a stressful job

3) heel beweeglijk en spraakzaam - lively, active, zappy
drukke leerlingen met concentratieproblemen - zappy students with concentration problems

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
de druk (m) the distress
druk (bijv.naamw.) busy (bijv.naamw.) ; active (bijv.naamw.) ; working (bijv.naamw.) ; operative (bijv.naamw.) ; humming (bijv.naamw.) ; industrious (bijv.naamw.) ; actively (bijv.naamw.) ; hard-working (bijv.naamw.) ; busily (bijv.naamw.) ; industriously (bijv.naamw.) ; occupied (bijv.naamw.) ; engaged (bijv.naamw.) ; tied up (bijv.naamw.) ; busily engaged (bijv.naamw.) ; print (bijv.naamw.) ; impression (bijv.naamw.) ; circulation (bijv.naamw.) ; pressure (bijv.naamw.) ; compulsion (bijv.naamw.) ; vibrant (bijv.naamw.) ; animated (bijv.naamw.) ; charges (bijv.naamw.) ; up (bijv.naamw.)
druk thrust ; boisterous ; crowded ; lively ; edition ; adroit ; agile ; alert ; brisk ; keen

Bronnen: MWB interglot Vlietstra Wakefield genealogy pages
Synoniemen
NL: actief
NL: bedrijvig
NL: bezet
NL: bezig
NL: drukbezet
NL: drukpratend
NL: dwang
NL: financiëlast
NL: geanimeerd
NL: kracht

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: wegens drukke werkzaamheden EN: owing to pressure of work
NL: het druk hebben EN: be busy
NL: het druk hebben met leren EN: be busy learning
NL: het was er erg druk EN: the place was very crowded
NL: hij was te druk bezig met pakken om mij te helpen EN: he was too busy packing to help me
NL: zich druk maken EN: get excited, worry
NL: hij maakt zich niet druk EN: he takes it easy