Vertaal

Vertalingen dochter NL>EN

de dochter

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ˈdɔxtər]
Verbuigingen:  -s (meerv.)

meisje of vrouw die je kind is - daughter
Mijn moeder heeft twee dochters en een zoon. - My mother has two daughters and one son.

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
de dochter (v) the daughter
de dochterthe child ; the subsidiary

Bronnen: interglot KDE opensourcesoftware
Synoniemen
NL: meisje





Er zijn 22 zinnen met `dochter` gevonden
  1. NL: Vanaf 2004 was hij al verantwoordelijk voor de sales van ZANOX.de AG en zijn internationale dochterondernemingen
    EN: He was already responsible for the sales of ZANOX.de AG and its international subsidiaries since 2004
  2. NL: Op dezelfde dag reisde Irena met haar dochter naar Slovenië, om daar te gaan wonen
    EN: On the same day, Irena travelled with her daughter to Slovenia, where they are still living today
  3. NL: Ze is trots op haar dochter.
    EN: She takes pride in her daughter.
  4. NL: Ze heeft een dochter die pianiste is.
    EN: She has a daughter who is a pianist.
  5. NL: Ze zijn fier over hun dochter.
    EN: They are proud of their daughter.
  6. NL: Dat is mijn dochter.
    EN: This is my daughter.
  7. NL: Uw dochter is aan de drugs.
    EN: Your daughter's on drugs.
  8. NL: Zijn dochter is een mooie vrouw geworden.
    EN: His daughter has become a pretty woman.
  9. NL: dochter Vlot & Zot
    EN: little miss Sassy & Wacky
  10. NL: lk wil m'n leven privé houden.\r -Zelfs ten koste van je dochter?
    EN: This is my life too. lt's private.\r l wanna keep it private.
  11. NL: Kenise is drager en heeft twee dochters.
    EN: - Oh, Deirdre!\r - Yes! Kenise is a carrier with two girls.
  12. NL: leefde er een wrede landheer en\r zijn beeldschone dochter.
    EN: a cruel landlord and his\r beautiful daughter lived there.
  13. NL: Hun oudste dochter is nog niet getrouwd.
    EN: Their oldest daughter isn't married yet.
  14. NL: Mijnheer Suzuki heeft drie dochters.
    EN: Mr Suzuki has three daughters.
  15. NL: Ik ga een camera voor mijn dochter kopen.
    EN: I'm going to buy a camera for my daughter.
  16. NL: Ik heb twee dochters.
    EN: I have two daughters.
  17. NL: Ze kon haar dochter er niet van weerhouden om uit te gaan.
    EN: She could not keep her daughter from going out.
  18. NL: Zijn dochter is uit al haar oude kleren gegroeid.
    EN: His daughter has grown out of all her old clothes.
  19. NL: mijn dochter
    EN: my daughter
  20. NL: Afgelopen week is ze bevallen van een mooie dochter.
    EN: Last week she gave birth to a beautiful daughter.
  21. NL: Hij heeft een zoon en twee dochters.
    EN: He has a son and two daughters.
  22. NL: Mijn dochter heeft een denkbeeldige vriend.
    EN: My daughter has a make-believe friend.