Vertaal

Vertalingen afgaan NL>EN

afgaan

werkw.
Uitspraak:  [ˈɑfxan]
Verbuigingen:  ging af (verl.tijd ) is afgegaan (volt.deelw.)

1) gaan werken - go off/on
De wekker gaat 's morgens om half zeven af. - The alarm clock goes off at 6:30 in the morning,
Het alarm gaat af. - The alarm is sounding.

2) iets onhandigs doen dat anderen merken - miss, fail
bij het versieren van een meisje afgaan door je verlegenheid - fail picking up a girl because of shyness
uitdrukking afgaan als een gieter

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
afgaan (ww.)to get off ; to fail ; to flop ; to go wrong ; to lose one's face ; to fall flat ; to meet with disaster ; to fire ; to go off
afgaan absent onself ; depart ; go away ; leave ; attend ; call on ; see ; visit

Bronnen: Wikipedia interglot Tecdic.com Wakefield genealogy pages
Synoniemen
NL: afdalen
NL: afstappen
NL: bezoeken
NL: blunderen
NL: een flater slaan
NL: falen
NL: floppen
NL: misgaan
NL: mislopen
NL: mislukken

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: van elkaar afgaan EN: separate
NL: zij is van hem afgegaan EN: (spreektaal) she has cut loose from him
NL: afgaan op EN: make for EN: (figuurlijk) rely on
NL: er afgaan EN: (van knoop) come off
NL: daar gaat niets van af EN: that cannot be denied
NL: het gaat hem gemakkelijk af EN: it comes easy to him
NL: van school afgaan EN: leave school
NL: op het uiterlijk afgaan EN: judge by appearances