Vertaal
Naar andere talen: • weg > ENweg > ESweg > FR
Definities op Encyclo.nl: Weg (14x)
Vertalingen weg NL>DE

I de weg

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [wɛx]
Verbuigingen:  wegen (meerv.)

1) lang en smal stuk grond voor verkeer - Weg (der ~), Straße (die ~)
een weg aanleggen - eine Straße anlegen
De weg loopt dwars door het stadje. - Die Straße verläuft quer durch die kleine Stadt.
uitdrukking aan de weg timmeren

2) richting waarin je moet gaan - Weg (der ~)
In het donker raakte ik de weg kwijt. - Ich Dunkeln verirrte ich mich.
Kunt u mij de weg naar het dichtstbijzijnde tankstation wijzen? - Können Sie mir den Weg zur nächsten Tankstelle zeigen?
Op weg naar huis begon het te regenen. - Auf dem Nachhauseweg begann es zu regnen.
onderweg - unterwegs
terugweg - Rückweg
uitdrukking iemand op weg helpen
uitdrukking naar de bekende weg vragen
uitdrukking in de weg
uitdrukking nog een lange weg te gaan hebben
uitdrukking iets of iemand uit de weg gaan
uitdrukking iemand uit de weg ruimen
uitdrukking iets uit de weg ruimen


II weg

bijwoord
Uitspraak:  [wɛx]

1) verdwenen of niet aanwezig - weg
Toen ik op het feest aankwam, was het bruidspaar al weg. - Als ich zu dem Fest kam, war das Brautpaar schon weg.
Al mijn juwelen zijn weg! - Alle meine Juwelen sind weg!
De honderddertig gezinnen die er nu wonen, moeten weg. - Die hundertdreißig Familien, die jetzt dort wohnen, müssen weg.
Hij woont ver weg. - Er wohnt weit weg.
Weg met de bureaucratie! - Weg mit der Bürokratie!

2) deel van de uitdrukking: -
uitdrukking veel weg hebben van iets of iemand

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
weg (znw.)die Strecke ; die Teilstrecke ; die Bahn ; die Chaussee
de weg (m) Straßen (p) ; die Route ; der Weg ; die Reiseroute
de wegder Weg ; die Straße
weg von hier ; verloren ; vergangen ; verschwunden ; ksst ; futsch ; davon ; hinaus
WEG (Afkorting) AGEG (Afkorting)
wegdie Allee ; Wirtschaftsweg ; Fahrweg ; Verkehr ; Bahn ; Pfad ; abwesend ; Trajektorie ; Gasse ; fort ; Straße ; Fahrweg (Streckenführung ; heraus ; draußen
Bronnen: interglot; Wikipedia; Wiktionary; Download IATE, European Union, 2017.; Omegawiki.org


Voorbeeldzinnen met `weg`
Voorbeeldzinnen laden....


Synoniemen
NL: absent
NL: afstand
NL: autoweg
NL: baan
NL: baanvak
NL: er op uit
NL: ertussenuit
NL: etappe
NL: failliet
NL: foetsie

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: de grote weg DE: die Landstraße
NL: zijns weegs (gaan) DE: seines Weges, seiner Wege
NL: zijn eigen weg (gaan) DE: seinen eignen Weg
NL: het gaat met hem dezelfde weg op DE: mit ihm geht es ebenso
NL: hij zal zijn weg wel vinden DE: (figuurlijk) er wird seinen Weg schon machen
NL: ik weet hier geen weg DE: ich weiß hier nicht Bescheid
NL: met zijn geld geen weg weten DE: nicht wissen was anzufangen mit seinem Geld
NL: altijd bij de weg zijn DE: immer auf der Straße liegen
NL: (als niets) in de weg komt DE: in die Quere kommt
NL: (iemand moeilijkheden) in de weg leggen DE: in den Weg legen
NL: Iemand in de weg staan DE: einem im Wege stehen
NL: langs de officiële weg DE: auf dem Instanzenweg, dem Dienstweg
NL: op weg gaan DE: sich auf den Weg machen
NL: Iemand op weg helpen DE: (figuurlijk) einem auf die Sprünge helfen
NL: (dat) ligt niet op mijn weg DE: ist nicht meine Sache, meine Aufgabe
NL: op de goede weg zijn DE: auf dem rechten Weg sein
NL: goed op weg zijn om ... DE: auf dem besten Wege sein
NL: op de openbare weg DE: auf offener Straße
NL: uit de weg ruimen DE: aus dem Wege räumen, beiseiteschaffen

Staat je antwoord er niet bij of heb je een vraag waarbij het vertaalwoordenboek geen hulp kan bieden? Vraag het dan op `Vertaalhulp`
Download de Android App
Download de IOS App