Vertaling van vakantie, NL>DEde vakantiezelfst.naamw. (v.)
1) periode van een aantal dagen waarin je vrij bent en niet hoeft te werken - Ferien , Urlaub (der ~)
2) vakantiereis - Ferien , Urlaub (der ~)
© K Dictionaries Ltd. Interglot vakantie de ~ (v)Urlaub (der ~), Ferien (die ~), Erholung (die ~), Erlaubnis (die ~), Urlaubszeit (die ~), Bildungsurlaub (der ~), Erlaubnisschein (der ~), Studienurlaub (der ~), Wahlurlaubstag (der ~) Uitdrukkingen en gezegdes NL: grote vakantie
DE: SommerferienNL: met vakantie (gaan) DE: in die Ferien NL: met vakantie (zijn) DE: in Ferien NL: met de vakantie thuis DE: zu den Ferien daheim Zinnen met vakantie NL: vakantie - DE: FerienNL: Wwe hebben onze vakantie in de bergen doorgebracht - DE: Wir haben unsere Ferien in den Bergen verbracht NL: Nemen jullie je huisdier mee op vakantie? - DE: Nehmt ihr euer Haustier mit in den Urlaub? NL: Ga je graag op wintersport in de vakantie? - DE: Fährst du gerne in Skiurlaub? NL: Hoe lang gaan jullie op vakantie? - DE: Wie lange fahrt ihr in Urlaub? NL: Wij gaan één week op vakantie - DE: Wir fahren eine Woche in Urlaub NL: Hoe lang ga jij op vakantie? - DE: Wie länge fährst du in den Urlaub? NL: Ga jij liever met de auto op vakantie of met de bus? - DE: Fährst du lieber mit dem Auto in den Urlaub oder mit dem Bus? NL: Wat doe jij het liefst als je op vakantie bent? - DE: Was machst du am liebsten, wenn du im Urlaub bist? NL: Nemen jullie de hond mee op vakantie? - DE: Nehmt ihr den Hund mit in den Urlaub? NL: Ga jij nog werken in de vakantie? - DE: Gehst du in den Ferien noch arbeiten? NL: vakantie in het Ötztal - DE: Urlaub in das Ötztal NL: Een vakantie van hoge kwaliteit - DE: Ein Urlaub von hoher Qualität | ||||||||||||
| © Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English | ||||||||||||