Vertaal

Vertalingen teer NL>DE

I teer

de, o
Uitspraak:  [ter]

donkere, kleverige en taaie stof die uit steenkool is gemaakt en wordt gebruikt bij het aanleggen van wegen - Teer (der ~)


II teer

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ter]

snel stuk of ziek - verletzlich , empfindlich
een tere huid - eine empfindliche Haut
een tere gezondheid - eine empfindliche Gesundheit
tere, porseleinen theekopjes - empfindliche Porzellanteetasse

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
teer (znw.)das Pech ; der Teer
teer sanft (bijv.naamw.) ; zart (bijv.naamw.) ; zerbrechlich (bijv.naamw.) ; fein (bijv.naamw.) ; schwach (bijv.naamw.) ; gebrechlich (bijv.naamw.) ; quetschbar (bijv.naamw.) ; verletzbar (bijv.naamw.) ; flau (bijv.naamw.) ; empfindsam (bijv.naamw.) ; verwundbar (bijv.naamw.) ; brechbar (bijv.naamw.)

Bronnen: interglot mwb
Synoniemen
NL: breekbaar
NL: broos
NL: delicaat
NL: fijn
NL: fijngevoelig
NL: fijntjes
NL: fragiel
NL: frèle
NL: gevoelig
NL: iel