Vertaal

Vertalingen schade NL>DE

schade

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [ˈsxadə]
Verbuigingen:  -n, -s (meerv.)

nadelig gevolg van een gebeurtenis - Schaden (der ~)
brandschade - Brandschaden
schadeclaim - Schadensanspruch
de schade herstellen - den Schaden beheben
De storm heeft een hoop schade aangericht. - Der Sturm hat ziemlichen Schaden angerichtet.
uitdrukking door schade en schande wijs worden

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
de schadeder Schade ; der Nachteil ; der Schaden ; der Abbruch ; die Beeinträchtigung ; die Einbuße ; der Verlust ; der Schäden ; die Schädigung ; die Beschädigung ; die Schadhaftigkeit
schade Havarie

Bronnen: interglot cibg.be
Synoniemen
NL: afbreuk
NL: beschadiging
NL: ellende
NL: nadeel
NL: verlies

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: schade aanrichten DE: Schaden anrichten, verursachen, tun
NL: schade doen DE: schaden (3), Eintrag tun (3)
NL: zijn schade inhalen DE: das Versäumte nachholen
NL: zonder schade te lijden aan zijn ziel DE: ohne Schaden an seiner Seele zu nehmen
NL: de schade opnemen DE: den Schaden abschätzen, aufnehmen
NL: de schade regelen DE: den Schaden regulieren, abmachen
NL: Iemand de schade vergoeden DE: (ook) einen (für...) entschädigen
NL: door schade en schande wordt men wijs DE: durch Schaden wird man klug