Vertaling van kant, NL>DEde kantzelfst.naamw. (m.)
1) rand (van iets) - Seite (die ~), Rand (der ~), Kante (die ~) 2) smal vlak (van iets) - Seite (die ~)
3) elk van twee tegenover elkaar liggende delen - Seite (die ~) 4) richting - Richtung (die ~)
5) deel van de uitdrukking: -
6) deel van de uitdrukking: -
7) deel van de uitdrukking: -
8) deel van de uitdrukking: -
© K Dictionaries Ltd. Interglot kant de ~ (m)Seite (die ~), Rand (der ~), Kante (die ~), Spitze (die ~), Fransenborte (die ~), Spitzenkante (die ~), Spitzenarbeit (die ~), Spitzenklöppelei (die ~) Synoniemen NL: zijde (de ~) DE: Seite (die ~), Rand (der ~), Kante (die ~), Flanke (die ~)NL: zij (de ~) DE: Seite (die ~), Rand (der ~), Kante (die ~), sie (bijv.nw. bijw.), d...NL: rand (de ~ (m)) DE: Rahmen (der ~), Rand (der ~), Leiste (die ~), Beschlag (der ~), Bor...NL: zijkant (de ~ (m)) DE: Seite (die ~), Rand (der ~), Flanke (die ~)NL: kantkloswerk (znw.) DE: Spitze (die ~), Fransenborte (die ~), Spitzenkante (die ~), Spitzen...Uitdrukkingen en gezegdes NL: (een kist) op zijn kant zetten
DE: kanten, (met de smalle kant naar boven) hochkant stellenNL: dat raakt kant noch wal DE: das ist weder gehauen noch gestochen NL: (iets) over zijn kant laten gaan DE: hingehen lassen NL: (het is) aan de kleine kant DE: ziemlich klein NL: (het leven) van de vrolijke kant bekijken DE: von der heiteren Seite nehmen NL: een nieuwe kant aan de zaak zien DE: der Sache eine neue Seite abgewinnen NL: aan (van) de ene kant..., aan (van) de andere kant... DE: auf der einen Seite, einerseits... aber andrerseits... NL: van die kant (heb je niets te vrezen) DE: von jener Seite NL: v.d. kant van de overheid DE: von seiten, seitens der Behörde NL: ik van mijn kant DE: ich meinerseits NL: (een oom) van moeders kant DE: mütterlicherseits NL: ik moet die kant op DE: ich muß da hinaus NL: de kant van Berlijn op DE: in der Richtung auf Berlin zu NL: van de kanten (van Arnhem) DE: aus der Umgebung NL: (zet die lege flessen) aan de kant DE: beiseite NL: (is de kamer) aan kant? DE: aufgeräumt? NL: een zaak aan kant doen DE: ein Geschäft aufgeben NL: Iemand van kant maken, helpen DE: einem den Garaus machen NL: z. van kant maken DE: Hand an sich legen DE: (stof) Spitzen (Mz) NL: rok met (een) kant DE: Spitzenrock (der) Zinnen met kant NL: de Potsdamer Platz is deze kant op - DE: zum Potsdamer Platz geht's hier langNL: Nee, lijn 9 rijdt die kant op - DE: Nein, dorthin färht die Linie 9 NL: Aan de andere kant staat een bank - DE: An der anderen Seite steht ein Sofa NL: Het heeft zout nodig om te leven. Aan de kant. - DE: - Ohne Salz stirbt es. Zur Seite. - Nein! NL: Aan de kant! - DE: Gehen Sie aus dem Weg! NL: Ga aan de kant. - DE: - Crewman, treten Sie zur Seite. - Ja, Sir. NL: Z'n negatieve kant: Vijandigheid, lust, geweld. - DE: Seine negative Seite, was Sie Feindseligkeit, Wolllust, Gewalt nennen. NL: En z'n positieve kant: Medelijden, - DE: Und das Positive, was Erdenmenschen als Mitgefühl, NL: Z'n negatieve kant geeft hem kracht. - DE: Es sieht so als, als ob ihn seine negative Seite stark macht. | ||||||||||||||||||||
| © Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English | ||||||||||||||||||||