Vertaal

Vertalingen horen NL>DE

horen

werkw.
Uitspraak:  [ˈhorə(n)]
Verbuigingen:  hoorde (verl.tijd ) heeft gehoord (volt.deelw.)

1) met je oren waarnemen - hören
de vogels horen zingen - die Vögel singen hören
uitdrukking niets van zich laten horen
uitdrukking Horen en zien vergaat je.
uitdrukking Wie niet horen wil, moet voelen.

2) (van iets of iemand) een vaste plaats hebben - gehören
De borden horen in de kast. - Die Teller gehören in den Schrank.

3) volgens bepaalde opvattingen moeten - sich gehören
In een restaurant hoor je met mes en vork te eten. - In einem Restaurant gehört es sich, mit Messer und Gabel zu essen.

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
horen (ww.) sehen (ww.) ; beobachten (ww.) ; bemerken (ww.) ; feststellen (ww.) ; entdecken (ww.) ; wahrnehmen (ww.) ; hören (ww.) ; vernehmen (ww.) ; horchen (ww.) ; zu Ohren kommen (ww.) ; schicken (ww.) ; gehören (ww.) ; gebräuchlich sein (ww.) ; sich gehören (ww.) ; hingehören (ww.) ; dazugehören (ww.)

Bronnen: interglot Wikipedia
Synoniemen
NL: aanhoren
NL: behoren
NL: beluisteren
NL: te horen krijgen
NL: thuishoren
NL: toebehoren
NL: waarnemen
NL: hoor
NL: voegen
NL: uitkomen

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: dat horen en zien vergaat DE: daß einem Hören und Sehen vergeht
NL: zo mag ik het horen DE: das lasse ich mir gefallen
NL: van horen zeggen DE: vom Hörensagen
NL: men kan aan hem horen, het is best te horen, dat (hij een Duitser is) DE: man hört es ihm an, daß
NL: ik zal eens gaan horen (hoe het zit) DE: ich will mal nachfragen
NL: naar iemand horen DE: auf einen hören
NL: (getuigen) horen DE: vernehmen
NL: de deskundigen gehoord DE: nach Anhörung der Sachverständigen
NL: (die stoel) hoort hier niet (thuis) DE: gehört nicht hierher
NL: hij hoort bij ons DE: er gehört zu uns
NL: dat hoort er zo bij DE: das gehört zur Sache
NL: dat hoort zo DE: das gehört (das)
NL: het hoort niet, dat... DE: es geziemt sich nicht daß...
NL: (een vader) hoort voor zijn kinderen te zorgen DE: soll für seine Kinder sorgen
NL: niet vergeten hoor DE: vergiß das ja nicht!
NL: hoor eens, (dat gaat niet!) DE: du