Vertaal

Vertalingen hek NL>DE

het hek

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [hɛk]
Verbuigingen:  hekken (meerv.)

1) afscheiding van hout of metaal - Zaun (der ~)
Om het weiland staat een hek omdat anders de koeien weglopen. - Um die Weide herum befindet sich ein Zaun, sonst könnten die Kühe weglaufen.
uitdrukking Nu is het hek van de dam!

2) beweegbare afscheiding waar je doorheen kunt gaan - Gatter (das ~), Tor (das ~)
tuinhekje - Gartentor

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
het hekder Gatter ; die Abtrennung ; das Drahtgitter ; das Heck ; der Zaun ; der Gitterzaun ; der Hag ; der Fence ; die Fenz

Bronnen: interglot Wikipedia
Synoniemen
NL: afscheiding
NL: afsluiting
NL: deur
NL: hekwerk
NL: weerzin
NL: tegenzin
NL: aversie
NL: antipathie
NL: afkeer
NL: afrastering

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: het hek sluiten DE: (figuurlijk) die Reihe schließen
NL: het hek is van de dam DE: das Feld ist frei, (er is geen houden meer aan) es ist kein Halten mehr, (alle misbruiken kunnen insluipen) da ist allem Unfug Tür und Tor geöffnet
NL: de hekken zijn verhangen DE: das Blättchen hat sich gewendet DE: (van schip) Heck (das)